FAQ Uitkeringen

Hoeveel spaargeld mag je hebben als je bent afgekeurd?

Wanneer je door ziekte of een handicap niet meer kunt werken en je bent afgekeurd, dan kun je in Nederland aanspraak maken op verschillende sociale voorzieningen. De vraag hoeveel spaargeld je mag hebben als je bent afgekeurd, is relevant omdat het vermogen dat je bezit van invloed kan zijn op de hoogte van de uitkering die je ontvangt. In dit artikel gaan we dieper in op de regels omtrent spaargeld en vermogen voor mensen die afgekeurd zijn en een uitkering ontvangen.

Wet- en regelgeving rondom uitkeringen en vermogen

In Nederland zijn er verschillende uitkeringen waar je als afgekeurde aanspraak op kunt maken. De twee belangrijkste zijn de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) en de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong). Beide uitkeringen hebben hun eigen regels met betrekking tot het toegestane vermogen dat je mag hebben.

WIA: Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen

De WIA is bedoeld voor werknemers die na twee jaar ziekte nog steeds niet in staat zijn om te werken. De WIA kent twee soorten uitkeringen: de IVA (Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten) en de WGA (Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten). Voor de IVA en WGA geldt geen vermogenstoets. Dit betekent dat het spaargeld en ander vermogen dat je bezit geen invloed heeft op de hoogte van je WIA-uitkering.

Wajong: Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten

De Wajong is er voor jonggehandicapten die op jonge leeftijd een ziekte of handicap hebben en daardoor arbeidsongeschikt zijn. Voor de Wajong geldt eveneens geen vermogenstoets. Je mag dus sparen zonder dat dit gevolgen heeft voor de hoogte van je Wajong-uitkering.

Andere uitkeringen en bijstand

Naast de WIA en Wajong zijn er ook andere uitkeringen waarbij vermogen wel een rol speelt. Dit is bijvoorbeeld het geval bij de bijstandsuitkering, officieel bekend als de Participatiewet. Als je naast je WIA- of Wajong-uitkering een aanvullende bijstandsuitkering ontvangt, dan gelden er wel regels voor het maximale vermogen dat je mag hebben.

Participatiewet en vermogensgrenzen

De Participatiewet is bedoeld als vangnet voor mensen die niet genoeg inkomen hebben om in hun levensonderhoud te voorzien en geen aanspraak kunnen maken op andere uitkeringen. De vermogensgrenzen voor de bijstand in 2023 zijn als volgt:

  • Voor een alleenstaande: € 6.505,-
  • Voor gehuwden of een alleenstaande ouder: € 13.010,-

Het bedrag boven deze grenzen wordt gezien als vermogen waarvan je geacht wordt eerst zelf je levensonderhoud te betalen, voordat je recht hebt op bijstand. Dit vermogen kan bestaan uit spaargeld, maar ook uit beleggingen, een tweede huis of een waardevolle auto.

Spaargeld en de invloed op toeslagen

Naast uitkeringen kunnen ook toeslagen zoals huurtoeslag, zorgtoeslag en kindgebonden budget beïnvloed worden door de hoogte van je vermogen. Voor deze toeslagen gelden specifieke vermogensgrenzen die jaarlijks kunnen wijzigen. Het is belangrijk om hier rekening mee te houden bij het bepalen van je spaargedrag.

Vermogensgrenzen voor toeslagen

De Belastingdienst hanteert voor 2023 de volgende vermogensgrenzen voor het recht op toeslagen:

  • Voor een alleenstaande: € 31.747,-
  • Voor partners: € 63.494,-

Als je vermogen hoger is dan deze grenzen, heb je geen recht op toeslagen. Het is dus van belang om goed in de gaten te houden hoeveel spaargeld je hebt als je afgekeurd bent en afhankelijk bent van toeslagen.

Spaargeld en de invloed op je pensioen

Naast de directe invloed van spaargeld op uitkeringen en toeslagen, is het ook belangrijk om na te denken over de lange termijn. Spaargeld kan namelijk ook invloed hebben op je pensioenopbouw. Als je een aanvullend pensioen opbouwt, kan een groot vermogen in sommige gevallen leiden tot een lagere pensioenuitkering.

Pensioenfondsen en vermogen

Veel pensioenfondsen hanteren geen directe vermogenstoets, maar het is wel belangrijk om te weten dat je pensioenopbouw kan worden beïnvloed door de keuzes die je maakt met betrekking tot je spaargeld. Zo kan het zijn dat je met een aanzienlijk vermogen besluit eerder te stoppen met werken, wat gevolgen kan hebben voor de hoogte van je pensioen.

Belasting over spaargeld

Als je spaargeld hebt, moet je ook rekening houden met de belasting die je hierover betaalt. In Nederland valt spaargeld onder box 3 (inkomen uit sparen en beleggen). De belastingdienst gaat uit van een fictief rendement op je vermogen, waarover je belasting betaalt. De vrijstelling voor box 3 in 2023 is € 57.000 voor een alleenstaande en € 114.000 voor partners. Blijft je vermogen onder deze grens, dan betaal je geen belasting over je spaargeld.

Advies voor afgekeurden met spaargeld

Als je bent afgekeurd en je hebt spaargeld, is het verstandig om goed op de hoogte te zijn van de regels die gelden voor jouw situatie. Het kan raadzaam zijn om financieel advies in te winnen bij een deskundige, zoals een financieel adviseur of een medewerker van het UWV of de gemeente. Zij kunnen je persoonlijke situatie beoordelen en je adviseren over de beste manier om met je spaargeld om te gaan.

Samenvattend is het antwoord op de vraag ‘Hoeveel spaargeld mag je hebben als je bent afgekeurd?’ afhankelijk van de uitkering of toeslagen die je ontvangt. Voor de WIA en Wajong geldt geen vermogenstoets, maar voor de bijstand en toeslagen wel. Blijf altijd goed geïnformeerd over de actuele regelgeving en laat je indien nodig adviseren door een professional.

Plaats een reactie